Home » Geen categorie » Rob Severein – Foorbij Nij Altoenae

Rob Severein – Foorbij Nij Altoenae

Als klein Amsterdams jochie maakte fotograaf Rob Severein – op de achterbank, met zijn ouders – geregeld de lange tocht naar het Noorden. Daar, aan de Nieuwebildtdijk, woonden ‘Opa en Oma Friesland’. Severein bleef ook toen hij ouder werd naar het Bildt komen, zelfs toen Opa en Oma er niet meer woonden. Het werd een tweede thuis. Zijn liefde voor het Bildt is nu vastgelegd in ‘Foorbij Nij Altoenae’, een bijzonder fotoboek van de reclamemaker en fotograaf, dat dit najaar is verschenen. In ‘Foorbij Nij Altoenae’ neemt Rob Severein je mee naar een land voorbij het einde van de bewoonde wereld. Naar een stug gebied in het uiterste noordwesten van de provincie Friesland. Het Bildt. Leeg en verlaten. Weerbarstig. En met oneindige vertes. Een land dat niet wenst te behagen. Waar de stilte regeert.

 

Hoe ben je op het idee gekomen voor het project Foorbij Nij Altoenae’ en in hoeverre heeft het met jouw jeugd te maken?

“In 2017/18 deed ik de Noorderlicht Masterclass. Na de allerlaatste bijeenkomst, ergens in februari, zaten we met z’n allen in de lobby van Het Volkshotel na te praten, volledig gesloopt na weer zo’n intens weekend. Ernst Coppejans, Daphne Wageman, Laura Hospes, … Maar ook de laatste keer, dus speciaal. “Weet je al wat je hierna gaat doen?” Hoe het kwam, weet ik niet maar ik wist direct het antwoord. “Ik wil iets doen met het boek Hersenschimmen van Bernlef én mijn grootouders.”

In ’68 verhuisden mijn grootouders van Amsterdam naar de allerlaatste dijk voor de Waddenzee waar nog huizen staan. Daar waar de wind ongenadig te keer kan gaan. Nog voorbij het laatste dorp Nij Altoenae op het Bildt, in het uiterste Noordwesten van Friesland. Voor nog geen tweeguldenvijftig per week huurden ze er een arbeidershuisje, op de Nieuwe Bildtdijk.

30 jaar zouden ze er wonen en oneindig vaak heb ik samen met mijn ouders en mijn zusje de tocht van Amsterdam naar het Noorden ondernomen. Meestal gingen we voor een paar dagen en dat was fantastisch. Je moet weten, ik ben ooit onder het asfalt vandaan gekropen in De Pijp, een echt stadsjongetje dus. En daar sta je ineens tussen de koeien, help je mee met hooien en de bietencampagne. Zie je hoe aardappels gerooid worden … Een veel ‘aardser’ leven dan in de stad. Buiten en natuur!

Zo halverwege de jaren ’90 begon mijn oma de eerste tekenen van Alzheimer te vertonen. Een langer verblijf ‘op de dijk’ was niet langer verantwoord en kwamen ze terug naar ‘het westen’. Alle jaren daarna, tot op de dag van vandaag, mijn grootouders zijn er al geruime tijd niet meer, ben ik terug blijven gaan naar het Bildt. Terug naar de dijk. En nu een boek. Foorbij Nij Altoenae. Bernlef verdween al snel uit het zicht, het werd mijn kijk op het Bildt. Mijn gevoel, mijn verhaal. Een klein monumentje voor mijn grootouders.”

Hoe kun je het landschap van het Bildt omschrijven en wat voor gevoel geeft het jou?

“Op het Bildt hebben ze er een mooi gezegde voor: Wie het hier twee jaar volhoudt, is winterhard. Wie er zeven jaar woont, gaat nooit meer weg.

Het is geen gemakkelijk land. Ik schreef voor het boek: […] een land dat niet wenst te behagen. Ik denk dat dat zo is. Het is een land van zware klei. Met een horizon die maar niet dichterbij wil komen. En de wind waait er eeuwig. Het boek is een ode aan de leegte. Je moet de schoonheid ervan wíllen zien. ‘De schoonheid van het bijna niets’, zo typeerde iemand laatst het boek. Dat vond ik erg mooi. Voor mij betekent dat land vooral een oergevoel van vrijheid. Van karakter, met je kop tegen de wind. Verbondenheid met de aarde, de grond. Rust en ruimte. Zoiets?”

 

Wat waren de reacties van de mensen die je geportretteerd hebt? Wilde je je meer focussen op het landschap of de mens? Wat wilde je precies in beeld brengen en laten zien?

“Het landschap met hier en daar een mens. Toen ik dat uitgangspunt eenmaal had, kon ik veel gerichter gaan werken en meer focussen op het ‘hoe’ in plaats van het ‘wat’. Dat hielp enorm. Ik was er daarnaast van overtuigd dat je het karakter van het land weerspiegeld kon zien in de mensen die er wonen. Dat was mijn opdracht: haal dat eruit, op beeld. Het waren feestjes, telkens weer, de portretshoots. Cadeautjes, met hier en daar misschien wel ‘friends for life’. Ik had mijn verhaal, ik kreeg het hunne. En sommigen konden zich mijn grootouders nog herinneren. Dat was echt tof!

Ik bracht laatst een exemplaar van het boek bij Klaas. Klaas is oud-burgemeester van het Bildt en toen ik hem vroeg, toch een beetje gespannen en afwachtend, “Klaas …, heb ik het góed gedaan?, zei hij zachtjes tijdens het bladeren: “Ja, dat heb je mooi gedaan …” Een groter en mooier compliment krijg je niet van een Bilkert.”

Hoe ben je tot de uiteindelijke selectie beeld voor jouw boek gekomen?

“Na zoveel geschoten beelden, ik ben zo’n 40x heen en weer gereden in 2,5 jaar tijd en heb een paar duizend beelden geschoten, zie je niet alles even scherp meer. Ondanks alle uitgangspunten die je zelf hebt geformuleerd gedurende het proces.

Wat vandaag een goede beslissing lijkt te zijn daar twijfel je morgen weer aan, dat werk. Dus na een eerste grote, grove selectie van een paar honderd beelden door mijzelf, hebben Ellen Sanders, beeldredacteur, en vormgevers René Put en Brigitte Gootink (PutGootink) mij eigenlijk pas écht goed laten zien wat ik in al die tijd daar op het Bildt nou eigenlijk heb staan doen. Dat heeft me enorm geholpen, heb er veel van geleerd. Vooral ook over mijzelf. Ik kreeg door de selectie die zij maakten, hun edit, als het ware een spiegel voorgehouden: dit ben jij, dit is jouw verhaal …”

 

Hoe is het boek tot stand gekomen en kun je wat vertellen over de vormgeving en materialen die er gebruikt zijn?

“René en Brigitte wilden echt mijn verhalen horen. Daar begint het tóch mee. Wie ik ben, waar ik gelukkig van word, m’n grootouders, het land, de klei en de leegte. Wat het met me doet. En ik denk dat ik in het begin al heb aangegeven dat ik graag een ‘tactiel’ boek zou willen. Dat je de klei bijna zou kunnen voelen.

En, wat een belangrijk gegeven was, was dat ik mijn beelden niet ’heilig’ heb verklaard. Ik wilde per se geen portfolioboek. Dus geen verzameling mooie beelden met een omslag er omheen maar mijn beelden als  werkmateriaal om vooral een gaaf boek mee te maken. Een boek met een helder (vorm)concept dat niet alleen zou aansluiten bij het verhaal maar het zou versterken.”

Wat zijn je ervaringen met crowdfunding en hoe heb je dat beleefd? Heb je tips voor andere beeldmakers?

“Oei … Daar is veel over te vertellen, veel zinnigs over te zeggen. Crowdfunding begint bijvoorbeeld al heel lang vóór het moment dat je met je crowdfunding pagina live gaat. Ik begon 1,5 jaar ervoor al te ‘seeden’. Vertellen dat je een boek gaat maken. Waarover. Waarom. Kleine verhaaltjes vertellen, vooral in social. In alles wat je doet tijdens het maakproces zit een verhaaltje en als je die een beetje leuk schrijft en deelt dan creëer je bekendheid voor je project en op den duur ook fans.

Tegen de tijd dat je dan live gaat is iedereen overal al van op de hoogte, ze zaten er bij wijze van spreken op te wachten. Dan hoef je ‘m alleen nog maar in te koppen op bijvoorbeeld voordekunst. Begin ook ruim op tijd met e-mailadressen te verzamelen van iedereen die je kent en waarvan je denkt, hoopt dat ze wel een boek van je zouden willen kopen. Wees daarin niet te bescheiden. Een strakke 1-op-1 e-mailcampagne bepaalt voor een groot deel het succes van je crowdfunding. Het is veel werk, onderschat het niet, maar het is wél heel leuk om te doen. En spannend! Ik zou er een workshop over kunnen geven.”

Hoe lang ben je met het project bezig geweest en is het uiteindelijk zo geworden zoals je bedoeld had? 

“Het hele project, in het begin was ik nog niet bezig met een boek maar vooral met een serie, daar ben ik ruim 2,5 jaar mee bezig geweest. En eigenlijk loopt het nu nog steeds door. Er moeten immers boeken verkocht worden. Ondanks dat Foorbij Nij Altoenae uitgegeven wordt door Lecturis, ben ik daar zelf ook actief mee bezig. Vind ik leuk …

Het boek is veel beter geworden dan dat ik ooit had kunnen denken. Dankzij al die geweldige mensen met wie ik eraan heb kunnen, mogen werken. Van tekstschrijvers en vertalers tot vormgevers, van lithografen,en productiemannen tot drukkers.

Ik hou sowieso van samenwerken, samen dingen maken. Anders wordt het nooit beter dan dat ik zelf kan bedenken. Dan haal je niet alles eruit. Ik denk dat ik daarvoor ook genoeg ruimte heb gegeven aan iedereen om nieuwe dingen, ideeën toe te voegen. Waardoor het telkens weer beter werd. Ik was er vooral om de grote lijnen te bewaken. Wat ik nu merk is dat het boek daardoor een beetje van iedereen is geworden. We zijn er allemaal trots op. Ik vind dat mooi.”

 

Liggen er alweer ideeën op stapel voor een nieuw project?

“Ja, heel voorzichtig ben ik wat dingen aan het verkennen. Ik heb er nog niet een heel duidelijk verhaal bij dus het is wat lastig om erover te praten zonder het risico te lopen dat het een volstrekt warrige vertoning wordt. Bovendien adviseerde een collega fotograaf/vriend me laatst om niet te snel met een nieuw project te beginnen. Eerst genieten van je boek, zei hij. Alles eruit halen wat erin zit. Ik neem het graag ter harte.”

robseverein.com

 

Dániel Szalai – Novogen

5 maart 2021

A Photographic Work about the Chickens Saving our Lives Dániel Szalai's project Novogen turns a spotlight on the invisible workers of big pharma...

Lees verder
Meer informatie

FOTOLABKIEKIE
Openingstijden
maandag t/m vrijdag
van 09:00 tot 17:30 uur

Jan Evertsenstraat 79
1057 BR Amsterdam
+31(0)206830464
amsterdam@fotolabkiekie.com

Disclaimer
Algemene voorwaarden
Privacy verklaring
Content Copyright ©2020
Fotolab Kiekie Webdesign: LEFHEBBERS